Juni
Reisverslag juni 2001
De maand begint met zadelpijn ! Oftewel met fietsen op Guernsey. De eerste heuvel op is erg zwaar, het is een col van de 1e categorie. Aan de andere kant van het eiland ligt Fort Grey, tevens het Shipwreck Museum. Er zijn heel wat schepen op de zandbanken rondom de eilanden gestrand. Op de terugweg fietsen we langs de Little Chapel, volledig versierd met mozaïek door iemand die tijd teveel had.
Zaterdag 2 juni vertrekken we uit St. Peters Port, Guernsey. Het waait flink en er staan erg hoge golven (stroom tegen tij). Met een paar slagen in de genua schieten we lekker op, maar het is spannend. Halverwege moeten we een ondiepte omzeilen, waardoor we Treguier niet meer bezeild hebben. Kruisen zien we met deze zee niet zitten, dus we motoren de laatste 1,5 uur naar Lezardrieux, dat een stukje dichterbij is.
Lezardrieux ligt 2 mijl de rivier op, erg mooi met veel rotsen, ondieptes, groen en prachtig gelegen huizen. Met behulp van onze Shell Channel Pilot (boek waarin vaaraanwijzingen, tekeningen en foto's van havens, rivieringangen et cetera staan) komen we heelhuids aan. Omdat we na deze behoorlijk ruige tocht geen zin meer hebben om te koken halen we pizza's. Bij laag water ligt de kade erg hoog (het verval [= verschil tussen hoog en laag water] is ruim 8 meter !). Die avond kunnen we buiten een boek lezen, omdat de hele steiger verlicht wordt door een paar hele grote lampen. Het lijkt wel een stadionverlichting.
De volgende dag vertrekken we richting Trebeurden. Omdat we niet helemaal goed op de kaart hebben gekeken (foei, foei) varen we te dicht langs een ondiepte, dus zijn de golven weer enorm hoog en onrustig, omdat de zee op de ondiepte breekt. We hebben de wind mee en bijtijds zijn we in Trebeurden. Lekker uit de wind en in de zon lezen we een boek.
Maandag 4 juni staan we heel vroeg op en motoren we naar L'Aberwrach, want er is geen wind. De haven ligt een eind buiten het dorp, dus koken we uit eigen voorraden. Wel even klimmen in het vooronder om e.e.a. te pakken. De volgende dag slapen we lekker uit, daar zijn we wel aan toe. Aan het einde van de ochtend sjouwen we de heuvel op. Na een half uur lopen blijken alle winkels van 1200 tot 1500 gesloten te zijn. Dus zitten we twee uur in een bar tabac.
's Nachts liggen we wakker van het enorm harde geklots tegen het achterschip (daar waar wij proberen te slapen). Om vijf uur 's morgens gaan we er dan toch maar uit voor een BB-cola en een sigaretje, niet dat die erg lekker zijn als ontbijt.
Na een dag slapen, vertrekken we, met regen, op de motor richting Brest. Hiervoor moeten we wederom een stuk met sterke stroming bedwingen, Chenal du Four. Het zit erg mee en we besluiten door te varen naar Loctudy. Voor Raz de Sein (een smal stuk met veel stroom) wachten we een uurtje tot de tegenstroom is afgenomen. Om twaalf uur 's avonds komen we aan in Loctudy. Om het spannend te houden, liggen er in de riviermonding boeien, die niet op de kaart staan en degene die er wel opstaan, die liggen er juist niet !
De volgende dag hebben we zowel wind als zon. Weliswaar nog geen korte-broeken-weer, maar heerlijk zeilweer. In Port Tudy op l'Ile de Groix eten we erg goed in een restaurantje vlakbij de haven. Een stel Zwitsers betrekken ons bij hun gezang en geven ons wijze (levens-)lessen ! Zij zingen een kerstlied op de melodie van "waarheen leidt de weg", waarvan wij uiteraard de Nederlandse versie ten gehore brengen.
Zaterdag 9 juni zeilen we 's morgens met een goede wind richting Le Palais op Belle Ile. Na een paar uur houdt de wind het helaas voor gezien. In Le Palais liggen we aan een mooring en eindelijk hebben we de kans om onze mooie nieuwe dingy te water te laten. Na het boodschappen doen, hebben we vanuit de kuip prima uitzicht op alle aanlegmanoeuvres om ons heen. Het doet erg denken aan de zeilschool vroeger !
Daarna zijn we naar Joinville op Ile d'Yeu geweest. Een dag later is het windstil en varen we op de motor met de autopiloot aan naar Les Sables d'Olonne. Eén van de deelnemende schepen aan de Vendee Globe 2000 ligt in de haven, wat een enorm apparaat. Dinsdag 12 juni motoren we naar La Rochelle, waar we in de Vieux Port midden in de stad afmeren. Niet zoveel voorzieningen (geen) maar wel erg gezellig. De weersvooruitzichten doen ons besluiten in La Rochelle te blijven. Ons doel was Royan, maar de depressie die er aan komt, zal aan- en afvaren van Royan moeilijk maken. Naast ons komen Nederlanders liggen, zowaar van onze leeftijd ! Met John en Jolanda van de JoHo hebben we een paar gezellige borrelavonden in afwachting van de depressie.
Maandag 18 juni is het dan zover. De grote oversteek. Verder langs de kust van Frankrijk is lastig vanwege een groot schietterrein. 's Morgens om zes uur vertrekken we voor een tocht van 200 mijl, circa 40 uur varen. Op maandag is er weinig wind, maar op de spinaker lopen we 3,5 tot 5 knopen. 's Nachts varen we op de motor. De nacht is aardedonker met een hemel barstensvol met sterren, erg fraai. 's Morgens trekt de wind weer aan en zeilen we op de genua alleen al 6,5 knoop ! We hebben in shifts van twee uur gezeild (en geslapen) en het ging erg goed (hoewel het niet echt gezellig is !). Na 37 uur komen we aan in Santander. Vanaf ons vertrek uit Lemmer hebben we inmiddels al ruim 1000 mijl gezeild. De tapas die we 's avonds eten hebben we verdiend, ze smaken dan ook absoluut fantastisch.
Vanuit Santander gaan we met de bus naar Bilboa. Spanje heeft een prima net van busverbindingen, die door verschillende maatschappijen wordt verzorgd. In een luxe touringcar bus (met airco) zijn we in 1,5 uur in Bilbao. Het is erg warm, dus we vluchten snel het Guggenheim Museum binnen. Vooral voor Petra is de architectuur om van te smullen. De exposities zijn erg moderne kunst, en wij vinden ze iets minder goed te smullen. We vonden het ook al vreemd dat iedereen als toegangskaartje een soort van ziekenhuisbandje krijgt, dat je om je pols moet doen. Bij de VVV vragen we waar de supermarkt is. Ze kijken ons een beetje vreemd aan, maar wijzen ons wel de weg. Voor de statistieken vragen ze uit welk land we komen. Dat wordt lachen voor ze tijdens de evaluatie van het seizoen: die gekken Nederlanders.
Donderdag 21 juni vertrekken we richting Gijon, waar we 3 dagen later aankomen. Onze eerste stop op deze trip is San Vincente de la Barquera. Eigenlijk wilden we naar een (waarschijnlijk) erg mooi baaitje, genaamd Poo. Doordat we moeten kruisen en het erg nevelig is, besluiten we toch maar naar La Barquera te gaan. Een wijs besluit, want op het moment dat we de haveningang in de peiling hebben, zien we een grote mistwolk aan komen drijven. Mike geeft nog even extra gas met de motor, maar net voordat we er zijn zitten we midden in de mist. Oeps, wel even schrikken. Voorzichtig motoren we door op de gepeilde koers. Het zicht is minder dan 50 meter.
Als we er volgens de GPS zijn, zien we gelukkig op tijd de haveningang, daar waar we die hadden verwacht. Hoera, we zijn veilig binnen. We besluiten aan een mooring-boei te gaan liggen. Als we onze zelf gekookte tapas eten, horen we een gebonk. Het blijkt dat we, ondanks 1,8 knopen stroom en wind tegen onze boei voorbij varen. We snappen er werkelijk niks van, het zal wel een rare onderstroom zijn ofzo. We besluiten de boot maar te verhalen naar de visserskade, waar al meer boten liggen.
De dag erop moeten we weer kruisen, dit keer naar Ribadesella, een erg mooi vissersdorp. Als we afmeren komen twee mannen op ons af. Ondanks de taalbarrière weten ze ons duidelijk te maken dat het te ondiep is. We verleggen de boot naar elders. We zijn de enige buitenlandse boot in de haven. Überhaupt bijna de enige zeilboot. Zaterdag 23 juni opnieuw met Westenwind, en dus kruisen we naar Gijon. Daar is het grote schoonmaak van de boot en bemanning (we hebben al een paar dagen niet meer gedoucht omdat voorzieningen in de vissershaven ontbreken). Met onze was zeulen we de halve stad door, en tot onze grote spijt blijkt de wasserette dicht. In Gijon is een groot feest aan de gang. Compleet met fanfare, processie, muziekoptredens en een vuurwerk. Omdat alles in de haven afspeelt, hebben we vanuit onze kuip een prima zicht en hoor op de festiviteiten.
Als we uit Gijon vertrekken, zit de wind weer mee. Met genua en spinaker scheuren we naar Luarca. Mike krijgt de spinakerboom op zijn kop, maar heeft gelukkig een hard hoofd. In Luarca liggen we naast een andere Nederlandse boot, de Ace. We zijn de enige twee zeilboten in de volle vissershaven. Nadat we gegeten hebben, worden we uitgenodigd door de buren voor koffie. Natuurlijk moeten we ook de Ace bewonderen: een zeer luxe 49 voet lange aluminium Koopmans. Voorzien van computer met digitale kaarten, wasmachine, werkplaatsje en natuurlijk een douche (die wij nu toch wel een beetje missen). Na de koffie gaan we over op de rode wijn en wordt het nog erg gezellig.
De volgende ochtend kopen we in Luarca de benodigde onderdelen voor een nog te construeren buitendouche. Dat wordt genieten in de Middellandse Zee. We varen net voor de Ace uit naar Ribedeo. Er is weinig wind, maar wel lekker veel zon. Omdat het niet erg ver is, doen we bijna het hele stuk zeilend. In Ribedeo vereert de douane ons met een bezoekje. Papiertje invullen en wegwezen met die lui. We balen wel een beetje dat we uit een groepje van 5 boten worden gepikt voor een bezoek van de douane. Het zal wel zijn omdat we jongelui uit Nederland zijn. Drugs kopen ?
Woensdag 27 juni hebben we tegenwind, en flink ook. Met gereefde zeilen boksen we tegen de golven in. Gelukkig zijn we vroeg vertrokken en zijn we redelijk op tijd in Vicedo, Ria El Barquero. Een mooie ria bajo. In Vicedo zijn we de enige zeilboot en meren we af naast een vissersboot. Een dag later op weg naar Cedeira moeten we wederom opkruisen, de lol gaat er nu toch wel vanaf. 's Avonds moeten we ankeren en helaas lukt dit pas bij de derde keer goed. Gedurende de nacht worden we regelmatig wakker gemaakt door de ingestelde alarmen op de GPS en windmeter, maar het blijkt loos, want hoewel de wind gedraaid is en harder is geworden, liggen we nog steeds goed vast.
Zonder wind met veel zon motoren we naar La Coruna. We eten lekker tapas nabij een groot mooi plein. De volgende dag gaan we met de bus naar Santiago de Compostela. Dit is/was een bedevaartsplaats. In de kathedraal ligt een erg versierde tombe van St. James de Apostel. We slenteren wat rond in de oude leuke straatjes.
Tenslotte houden we op de laatste dag van juni een rustdag. Hoewel, … we kopen gas, diesel en een nieuwe val, vullen de watertank (die voor het gemak ook maar weer eens overloopt in het vooronder), installeren de biminitop, werken het reisverslag bij, wassen een sporttas propvol met was, doen de afwas van een paar dagen…
Zometeen nadat we dit verhaal hebben gemaild, doen we nog wat inkopen en gaan dan in de boot lekker een biertje drinken en eten koken. We moeten onze tocht van morgen nog voorbereiden (zo'n 50 mijl naar Camarinas). Over een kleine week zijn we in Porto. We hebben uitgerekend dat we vanaf La Coruna 18 zeildagen nodig hebben om in Gibraltar te komen en dan zijn we (eindelijk) echt in de Middellandse Zee. Begin augustus komen onze ouders en zusje in Zuid-Spanje langs ter ere van onze verjaardagen. Daarna via de Islas Baleares naar Sardinië waar we misschien nog net op tijd zijn om Jop & Anniek te ontmoeten ! En dan begin september via Sicilië en de laars van Italië naar Griekenland.
Deze reis bevalt ons tot nu toe erg goed. De hele dag zeilen is dan wel erg vermoeiend, maar wel een lekkere moe. We krijgen vaak de reactie dat het wel een hele stap moet zijn voor ons (de meesten die we tegen komen zijn gepensioneerd !) en dat was het ook wel. Maar het rare is, deze zeiltocht is alweer zo gewoon voor ons geworden ! Het is heerlijk een beetje rondlopen door al die dorpen, te liggen lezen en de tijd aan jouw kant te hebben.
Helaas dit keer niet zoveel foto's, die zijn we vergeten te nemen. Volgende maand beter !
